Blog

*Post hier alleen nog over muziekvideo's*

Muziekvideo's zijn kunst, escapisme, een onbereikbaar ideaal, vervreemding, een gesamtkunstwerk waarin muziek en visuele stimulatie samenkomen. Een goede muziekvideo verrast esthetisch gezien op het vlak van a) de algehele sfeer die het neerzet en achterlaat, b) styling en mode, c) dans, d) storytelling.

En dat luistert nauw, want de meeste muziekvideo's zijn net niet verrassend en normbevestigend. (Drake kan lekkere dansjes doen maar hij heeft een coke head en hij heeft vrouwenbillen nodig om zich mannelijk te voelen. Wel met consent.)

Omdat er weer veel over schoonheidsidealen en maatschappelijk opgelegde zelfoptimatlisatie wordt geschreven, vallen de gesculpte puppygezichten waaraan we ons hoe dan ook aan spiegelen, me des te meer op. Twee van de drie artiesten hieronder lijken zich daar schuldig aan maken. Is het erg? Gezichten van de tijd, zullen we maar zeggen. Pas over een aantal jaar zullen we weten wat er van deze esthetica restte.

Troye Sivan - Party

Christopher Nolan maakte het oude Griekenland razend populair met zijn film The Odyssey; Troye Sivan doet dat met de Middeleeuwen. Met de epische voice-over van... if you know, you know.

Party.

Adéla - KGB

Nadat Adéla's optreden op Lowlands enorm werd gehypet (waar ik zelf niet bij was) moest ik de Slowaakse popster Adéla natuurlijk even checken. De harde Oost-Europese werkmentaliteit waarmee ze is opgegroeid, spreekt hieruit: eerst trainde ze keihard prima ballerina en daarna gooide ze het roer om voor het popsterdom. Het furry roze schaamhaar gecombineerd met fin de siecle Oost-Europese esthetiek en een snufje jaren nul Japanse referenties (de bloedneus staat in manga voor opwinding) zijn een geweldige combo.

KGB

Charlotte Adigéry & Bolis Pupil - Googoo Gaga 

Na jarenlang fan te zijn zag ik Charlotte Adigéry (een Vlaamse zangeres met Caraïbische roots) eindelijk op ITGWO. Ze droeg een kittig pakje dat me weer aan de Middeleeuwen deed denken, met van die verdikkingen bij de heupen en dan een mooie gekleurde panty eronder. Vooraan zat een groep kinderen met noise cancelling headphones aandachtig te kijken. Ze bracht met creatieve wederhelft Bolis Pupil nieuwe nummers ten gehore.

Adigéry's teksten zijn ongelooflijk slim ('Go back to the country were you came from. Siri, can you tell me where I belong?'), ze is grappig, kan heel goed zingen en Pupil maakt het dansbaar. Lachen en dansen op muziek met onderliggend een serieuze boodschap: love it.

Haar laatste plaat had geweldige artwork met een bolle buik:

Charlotte Adigéry & Bolis Pupul announce debut album, share new single ...

De teerling is inmiddels geworpen, en daarover gaat het nummer Googoo Gaga. (Check ook de lyrics.) De video is net een bewegend schilderij met Adigéry als Moeder Maria, een zeer freaky baby Jezus en Pupil als de Man die wel een ondersteunend handje op de schouder van de vrouw heeft, maar verder eigenlijk ook niet veel doet behalve moedermelk spuwen. Adigéry zingt over mom guilt en bezingt onomwonden haar moeder-ervaring: 'It takes a village / And yet you’re doing it alone'.

Googoo Gaga

De week in mini-recensies: muziek, dans, performancekunst, film

10-11-2025: Arooj Aftab & Metropole Orkest

Arooj Aftab komt het podium op met een zonnebril. Ze draagt een witte blouse met oversized pofmouwen en zwarte flared broek. De koelheid zelve, gelijk haar onderkoelde stem. De Pakistaanse Grammy-winnende zangeres zingt in Urdu en andere talen die ik niet ken. Gelukkig vertelt ze soms waar ze over gaan, ook al vindt ze dat 'lame'. 

Het Metropole Orkest vormt een rijke muzikale omlijsting, hoewel ik soms het gevoel heb dat het orkest een beetje achter haar aan hobbelt omdat Aftab eerst met een handgebaar aan de dirigent doorbrieft wanneer ze een verandering gaat inzetten. 

De muziek laat me woordeloos mijmeren over mijn eerste werkdag bij een nieuwe werkgever. De muziek klinkt vaak melancholisch, hoewel het dan opeens over een vrouw blijkt te gaan die geërgerd raakt omdat ze te lang op haar vriendje moet wachten. Iets wat ik er zonder die 'lame' uitleg nooit uit had gehaald.

> Gezien in Carré. Beluister Night Rain (2024). 

13-11-2025: Flaying of Marsyas, Miles Greenberg

Nadat ik performancekunstenaar en beeldhouwer Miles Greenberg heb geïnterviewd voorafgaand aan zijn eendaagse performance, moet ik het ook met eigen ogen zien. Na werk ga ik naar het Stedelijk Museum. Op de eerste verdieping hangt Greenberg al sinds 11 uur 's ochtends aan een paal vastgebonden. Dat kan ook je werkdag zijn geweest. 

Greenberg is vastgebonden op shibari-wijze. Hij draagt alleen een donkerkleurig rondgevormd soort onderbroekje dat zijn geslachtsdeel bedekt. De paal waaraan hij is vastgebonden lijkt op een omgebouwde stripperpaal die langzaam ronddraait. Hij staat ongemakkelijk op een kleine rots met een schapenvachtje.

De paal staat op een wijder platform van spiegels. Op vier spiegelzuilen staan robotarmen met camera's die de performance vastleggen. Er zijn ook in wit geklede mensen die met camera's rondlopen, en andere mensen met camera's. Greenberg doet zijn performances maar één keer, maar het wordt veelvuldig vastgelegd. Dat leidt enigszins af.

De sfeer in de hal is het meest bijzondere. Het is best druk na vijven, en iedereen zit of staat tegen de muur aangeleund, en kijkt, en is met hem. Soms beweegt Greenberg, kijkt hij het publiek intens aan. Soms is het stil, op andere momenten klinkt onheilspellende muziek. De performance roept Christus-achtige associaties op. Ik druk de associatie met slavernij weg omdat hij me vertelde dat het zo eenvoudig en plat niet is.

Om tien voor zes komen twee van de mensen in wit de kunstenaar bevrijden met een keukenschaar. Dat gaat een beetje onhandig. Luid applaus volgt bij het bevrijden van zijn voeten, het bevrijden van zijn armen, en wanneer hij van de paal wegstapt. Heel indrukwekkend. En gek, dat de mens dit soort kunst blijkbaar nodig heeft.

> Gezien in Stedelijk Museum Amsterdam.

14-11-2025: Nusantara Beat & Mama'ku

Eindelijk: het langverwachte album van Nusantara Beat! Toepasselijke muziek voor dat first person perspective gevoel onderweg naar de voorstelling Mama'ku ('mijn moeder') in Den Haag.

Het zelfgetitelde album klinkt crisp, het is heerlijk om naar te luisteren, soms net op het randje van cheesy, zoals de akkoordwisselingen bij het nummer 'Di Pantei'. Maar dan komt Megan de Klerks stem erbij en neemt het allemaal toch wel weer een verrassende draai. I love it, dit album. De combinatie van de welbekende Indonesische klanken gecombineerd met pop en psychedelische invloeden: dit ga ik vermoedelijk nog veel vaker luisteren. Mijn dochter heeft er ook al met plezier op gedanst.

En dan 'Mama'ku' in Theater Korzo met mama'ku. In het café blijk ik niet de enige die met haar moeder is gekomen. De voorstelling begint met een documentaire (geschoten door Sven Peetoom) waarin choreograaf en danseres Cheroney Pelupessy met haar moeder naar Indonesië reist om het Indische zwijgen tussen hen open te breken. Peluspessy heeft Molukse roots en na Jakarta gaan ze dan ook naar de Molukken.

Eerst lijkt het me wat overdreven dat er een trigger warning wordt gegeven over geweld, maar het blijkt niet overbodig. Uithuwelijkingen, vreselijke, gewelddadige vaders, mannen en vriendjes: het hele patriarchale systeem komt eraan te pas.

Qua gesprekken en scenes in de docu had het echt nog wel wat dieper mogen gaan wat mij betreft. Ook de danscenes in Indonesië zijn dan net wat te esthetisch. Het focust veel op pijn, er is weinig lichtheid. Het (live) duet dat Pelupessy daarna opvoert met een oude Javaanse danseres is mooi met Javaanse hofdans en moderne dans gemixed, maar het voelt soms een tikkeltje pathetisch.

Tegelijkertijd denk ik dat deze voorstelling wel flink wat deurtjes heeft geopend bij het publiek. Hopelijk maakt het de tongen los, om sluimerend intergenerationeel trauma aan te kaarten en zo te stoppen. Dan zal het doel van de maker zijn behaald. 

> Het debuutalbum Nusantara Beat is nu uit. 
> Mama'ku: gezien in Korzo.

15-11-2025: The Whale (2022)

Zo'n film waarvan je de posters ziet en denkt: nee, dit is me te zwaarmoedig, hoewel je ook weet dat het goed zal zijn.

Charlie, een docent die lijdt aan morbide obesitas, geeft vanuit huis colleges essays schrijven (met zijn camera uit). Ondertussen eet hij zich dood uit schuldgevoel naar zijn dochter die hij verliet voor zijn grote liefde, en de partner die hij niet kon behoeden voor suïcide.

'The Whale' is net 'La Grande Bouffe' maar dan niet vrolijk Europees. Het is een weergave van alles wat er mis is met Amerika, en dat alles speelt zich af in één appartement. Religie, homohaat, armoede, alcoholisme en die morbide obesitas. Maar ook: literatuur, liefde en een onverwoestbaar optimisme dat de mens onmogelijk onverschillig kan blijven voor andermans leed. 

Enige minpunt vond ik het acteerwerk van Sadie Sink, die de rol van Charlies tienerdochter Ellie vertolkt (en die je kan kennen als de roodharige tiener uit 'Stranger Things'). Ik weet niet of het aan het script of haar acteerwerk lag, maar wat een vlak personage bleef dat. Jammer.

De titel verwijst naar 'Moby Dick' van Herman Melville, en de thematiek lijkt ook hetzelfde. De Wikipedia-pagina over 'Moby Dick': 'De thematiek betreft de aard en betrouwbaarheid van kennis en waarneming, de vrije wil versus predestinatie, sociale status, het concept van goed en kwaad, en de vraag omtrent het wel of niet bestaan van goden.' Mijn nieuwsgierigheid naar de literatuurklassieker is nu wel gewekt.

> Gezien via NPOstart.nl.

Theaterrecensie | Vrijheid is als een paard waar je je aan vast wil klampen

Wanneer heb jij voor het laatst gelachen om een verhaal uit Palestina? Het lijkt verschrikkelijk, maar het moet toch echt de bedoeling zijn tijdens de solovoorstelling 'The Horse of Jenin' van acteur en komiek Alaa Shehada.

Shehada is een Palestijnse maker die met summiere middelen, als een ware storyteller en vol humor zijn coming of age vertelt in Palestina. Ook daar worden kleine jongetjes groot, beleven ze hun eerste verliefdheid, dromen ze van een groots bestaan als kunstenaar.

Op het podium ligt een vierkant wit kleed. De muzikale intermezzo’s worden vanavond van een bandje afgespeeld – vanavond helaas geen muzikale begeleiding door harpspeler Remy van Kesteren. Met mime, maskers, een keffiye (Palestijnse sjaal) en een beanie verbeeldt Shehada zijn moeder, zijn eerste liefde en zijn beste vriend Ahmad.

Zodra Ahmad wordt geïntroduceerd – een schuchter figuur met een koddig masker en een beanie op, Shehada maakt zichzelf klein en lacht zachtjes – gaat er een lichte huiver door me heen. De dreiging van de oorlog cirkelt als een aasgier boven het lot van de twee vrienden.

De interactie met het publiek valt in goede aarde. Wanneer iemand iets te enthousiast antwoordt op een vraag die Shehada stelt binnen zijn verhaal, wordt die berispt: ‘It’s my job to break the fourth wall, thank you.’

De beste bedoelingen

Hilarisch is ook het moment wanneer Shehada de New Yorkse dramadocent Jessica opvoert. Ze is naar Jenin gekomen om kunstlessen te geven. ‘I’m here to learn from you,’ benadrukt ze met een zwaar New Yorks accent. In één zin vat ze samen wat sommige toeschouwers in het theater zullen herkennen: mensen uit westerse landen die met de beste bedoelingen proberen om anderen te helpen.

Jessica laat de zaal een gedachteoefening doen: ‘The occupation is in your mind.’ Ongelovig gelach alom. Dat lachen geeft een vreemd gevoel van opluchting (‘ben ik nu echt aan het lachen?’), naast de onvermijdelijke droevige momenten in Shehada’s relaas. Misschien is humor wel de enige manier om te voorkomen dat het ondraaglijke leed ons afstompt. Zodat we kunnen blijven geloven in het paard van Jenin.

Het paard betreft een vijf meter hoog standbeeld, vervaardigd door een Duitse kunstenaar, gemaakt van de brokstukken na een aanslag in 2002. Na een zegetocht door stad en land wordt het paard op een rotonde geplaatst. Het paard, en daarmee ook dit paard, staat symbool voor de vrije en onafhankelijke geest van het Palestijnse volk. Mede geïnspireerd door Jessica en de Duitse kunstenaar besluit Shehada dat hij een groot kunstenaar wil worden.

Ik had de wetten van de werkelijkheid allang opgeheven omwille van het verhaal. Toch voegt het nog een extra betekenislaag toe, wanneer Shehada aan het einde van de voorstelling het zwarte doek achter in de zaal wegschuift. Er begint een videodocumentaire te spelen.

We zien beelden van Palestina in de jaren negentig en het maakproces van het paardenstandbeeld. We zien de vele kinderen die de benen van het paard omklemmen wanneer hij door stad en land wordt gereden. Ze houden zich vast aan dat symbool voor vrijheid. Het voelt een beetje alsof je erachter komt dat iets magisch echt bestaan heeft.

'The Horse of Jenin' is een uitnodiging om zelf ook op de kar te springen. Om de herinneringen die Shehada in ons geheugen heeft geplant, vast te houden.

Koester en bescherm dat paard.

'The Horse of Jenin' speelt t/m 27 maart 2026. Bekijk de speellijst.

Deze recensie is geschreven tijdens (On)gehoorde theaterkritiek. Met dank aan de Theaterkrant, The Need for Legacy en het Nederlands Theater Festival.

Theaterrecensie | De dood van Benny Simons

Wat gebeurt er na je dood? Wie zullen er om je rouwen? Het zijn vragen waar veel mensen vast weleens over hebben gefantaseerd. In theatervoorstelling De dood van Benny Simons (Orkater) vertelt het jonge hoofdpersonage Benny op een zakelijke, feitelijke wijze welke biologische afbraakprocessen er na zijn dood optreden in zijn lichaam. Die afstandelijke blik is een mooie tegenstelling met de rest van het verhaal, waarin Benny en zijn nabestaanden zich vanuit de menselijke maat afvragen hoe het zover kon komen.

 ‘Er waren er drie. Twee had ik er nog wel kunnen hebben, maar die derde… Die zag ik niet. Die had een mes’. De omstandigheden rond Benny’s moment van sterven worden opzettelijk vaag gehouden: ging Benny de strijd aan voor zijn eer, zijn vriendin Naomi, of om iets anders? Omdat we het niet weten, kan het het verhaal zijn van elke mogelijke jongeman die ooit vol branie een gevecht aanging.

Het staat symbool voor de manier waarop hij zijn eigen kwetsbaarheid niet kan toelaten (‘het was zij of ik’), aangeleerd door zijn hardvochtige vader.

Terecht, dat acteurs Daniël Kolf (Benny Simons) en Sidar Toksöz (een dubbelrol: Benny’s broer en vader) beide zijn genomineerd voor een Theo d’Or. Ook Sophie Höppener speelt een overtuigende dubbelrol als vriendin en moeder.

Kolf speelt strak wanneer het moet en ontspannen en innemend wanneer je hem eigenlijk zou willen haten: bijvoorbeeld waarin hij het meisje ten overstaan van de hele school slutshamed dat hem heeft ontmaagd. Het staat symbool voor de manier waarop hij zijn eigen kwetsbaarheid niet kan toelaten (‘het was zij of ik’), aangeleerd door zijn hardvochtige vader.

Het rauwe nummer dat medespeler Toksöz als de vader ten gehore brengt in zijn moedertaal (Toksöz heeft Turks-Koerdische roots), gaat door merg en been. Het gemis naar het land van herkomst en de melancholie die daarmee gepaard gaat, is taaloverstijgend. De strakke compositie van Yasper Molle en groovende muzikanten zijn sowieso om te smullen.

Net wat luid

De scene waarin Benny met zijn vriend Kenny op een opgevoerde scooter door de stad racet, herinnert aan 'De Libi' (2019). Die film is van dezelfde regisseur, Shady El Hamus. Femke Halsema toonde De Libi tijdens Zomergasten: drie kwajongens die lekker ongein uithalen vanuit hun Canta. Ze zijn net wat luid, net te grof naar de politie. Halsema pleitte ervoor dat jongeren ook ruimte moeten krijgen om te experimenteren en (binnen de grenzen van het redelijke) stout te zijn.

De Amsterdamse burgemeester toonde daarnaast 'Turks fruit' (1973), waarin Monique van der Ven en Rutger Hauer al net zo wild en roekeloos door Amsterdam rijden op een fiets. Opvallend is dat we zulk gedrag bij witte mensen als wild en romantisch zien, terwijl er bij jongens van kleur veel minder tolerantie lijkt te zijn.

In 'De dood van Benny Simons' eindigt Kenny na de scooterrit met een gebroken been in het ziekenhuis – Benny ontspringt de dans. Soms lopen roekeloze momenten net goed af, soms heeft het fatale gevolgen. En zo weet deze voorstelling zware thema’s op een opvallend lichtvoetige manier te brengen.

'De dood van Benny Simons' gaat in mei 2026 in reprise. Bekijk de speellijst.

Deze recensie is geschreven tijdens (On)gehoorde theaterkritiek. Met dank aan de Theaterkrant, The Need for Legacy en het Nederlands Theater Festival.

Surveillance in het burgerparadijs

Niet Mijn Noord

Stel, je woont in een nieuwbouwwijk in Amsterdam-Noord. Dit beloofde land is ogenschijnlijk idyllisch: een gezamenlijke binnentuin verbindt het huizenblok van koopwoningen en het blok van huurappartementen (sociaal en middenhuur).

Alle woningen op de begane grond hebben ruime tuinen – zowel koop als huur. De gezamenlijke binnentuin heeft een Vereniging van Eigenaars (VvE) voor de huizeneigenaars. De verhuurder zit erbij namens de huurders.

De binnentuin wordt ingericht naar een prachtig ontwerp van de verhuurder: verschillende soorten bloemen en planten, bomen en struiken, twee looppaden met grind, een stukje grasveld, een picknickbank en een bankje. Na 12 jaar tijdelijke woningen in elk stadsdeel van Amsterdam voel ik me een gezegend mens. 

Het stukje paradijs heeft twee ijzeren toegangsdeuren die met een sleutel te openen zijn. Het doet denken aan een gated community, zij het met een gemixte groep mensen. 

De onzichtbare scheidslijn

Op dat lapje grond beginnen de verschillen zich af te tekenen. In de buurtappgroep ‘Buren Blok 2’ zitten alleen de mensen van de koopwoningen. Terwijl het vooral de kinderen uit de huurwoningen zijn, die in de binnentuin spelen.

De koopwoningouders lopen meestal achter hun kinderen aan zodra ze de binnentuin in gaan om een oogje in het zeil te houden (ik maak me hier zelf ook schuldig aan, vooral als ze nog maar twee jaar is), terwijl de huurwoningkinderen vooral risicovol buitenspelen. (Lees ook: ‘Lui ouderschap – De kunst van het achteroverleunen’, De Groene Amsterdammer).

De kinderen uit de koopwoningen spelen vooral in hun eigen of elkaars achtertuin. Deze tuinen kenmerken zich met planten, houten picknicktafels, opblaasbadjes, tosti's, pannenkoeken, suikervrije limo en rijstwafels. De kinderen uit de huurwoningen komen ook veel bij elkaar over de vloer, waar praktische tegels en trampolines domineren. Het mengt niet echt. Dat komt omdat de ouders zich ook niet mengen.

Er loopt een onzichtbare scheidslijn door het beloofde land.

Het strijdveld

Langzamerhand, in de loop der vier jaren, verwordt het betegelde stuk binnentuin bij de grote poortdeur tot strijdveld. Het grenst aan twee huizen, wiens bewoners moeten dealen met een waterval aan ballen over hun schuttingen. Waar de een er relaxed mee omgaat, hangt de ander camera’s op om de kinderen in de gaten te houden.

Dit na een akkefietje waarbij buurman de bal niet gelijk wilde teruggeven uit frustratie over de voetbal-waterval. Uit frustratie bekrassen de buurtkinderen van de huurwoningen (onder de tien jaar) zijn elektrische wagentje.

De juridische vraag

Daar zit de crux. Mag je een camera ophangen in een gezamenlijke binnentuin, uit bescherming tegen ‘vandalisme’? Hoe zit het met de privacy van die kinderen?

Per slot van rekening hadden we er al een keer tegen gestemd – met alleen de koopwoningenmensen natuurlijk. Een van de buren stelde voor om camera’s op te hangen in de binnentuin. (Hun bakfiets werd uit de voortuin gestolen). Daar werd democratisch tegen gestemd.

Volgens de AVG mag je camera's alleen op je eigen eigendom richten, niet op gedeelde ruimtes. Maar wie handhaaft dat in een VvE-constructie waar de machtsverhouding scheef ligt?

De actie

Ik stel voor om alle buren van het blok toe te voegen aan de appgroep. Om het gesprek met elkaar aan te gaan. Anderen denken dat de kinderen zich vervelen en dat zij daar narrig van worden. Er wordt gezocht naar oplossingen in de vorm van speeltoestellen en meer gras in plaats van planten.

Ondertussen deelt onze naaste Big Brother-buurman nog steeds beelden van de huurwoningkinderen in de koopwoningen-appgroep, waar men verontwaardigd op reageert. Niemand heeft het erover of je kinderen wel in de publieke ruimte mag filmen.  

Ik uit mijn ongenoegen: ‘Camera’s in de openbare of gedeelde ruimte zijn niet toegestaan vanwege privacy. Je mag dat eigenlijk alleen op je eigen domein richten. Zoiets controlerends om andermans kinderen in de gaten te houden is nogal eng. Het zou beter zijn als alle ouders in deze appgroep zitten, zodat we gewoon als normale mensen met elkaar kunnen blijven praten, in plaats van via de wijkagent.’

Maar wil ik het de huurders wel aandoen? De ellenlange discussies, tuinschetsen en essays die mensen er dagelijks in delen? Ik stap uit de appgroep.

Verdedig Noord

‘Een gezegd in Noord is: mensen die het minst hebben, delen het meest met elkaar,’ zegt Massih Hutak. Ik bekijk de video op de website van Verdedig Noord, een bewonersorganisatie uit Amsterdam-Noord die strijdt voor een solidaire stad en tegen gentrificatie. Het voelt inderdaad alsof er iets verdedigd moet worden. Maar hoe?

Voordat we hier kwamen wonen, werd er een hilarische mock-up website onder de nieuwe bewoners gedeeld. Ons nieuwbouwproject was gemarket als Mijn Noord (inmiddels is er een gelijknamige documentaire), en Verdedig Noord had een exacte kopie van de website gemaakt maar dan met kritische teksten die benadrukten hoe wij als koopwoningeigenaars de oorspronkelijke Noorderlingen de stad uit joegen. ‘Niet Mijn Noord’ was de simpele omkering.

Hoewel ik waarschijnlijk onderdeel van het probleem ben, voel ik me meer verwant met ‘Niet Mijn Noord’.

De paradox van eigendom

De binnentuin confronteert me met de vraag: wat betekent ‘gezamenlijk’ eigenlijk? In theorie delen we de ruimte en is het een soort commons. In de praktijk blijkt eigendom –  zelfs gedeeld eigendom – macht te betekenen. De VvE-structuur geeft kopers een stem die huurders ontberen, ondanks dat hun kinderen de ruimte het meeste gebruiken.

Er zit een perverse logica in: wie financieel het meest geïnvesteerd heeft, krijgt de meeste zeggenschap. Maar is dat rechtvaardig, en al helemaal als het gaat om een leefomgeving waar kinderen opgroeien?

De camera’s symboliseren deze ongelijkheid. Ze transformeren een gedeelde ruimte in een bewaakte zone, waarbij de ene groep de andere observeert. De kinderen die er het meest spelen, worden het object van surveillance door degenen die er het minst komen.

Wat me het meest stoort is de normalisering ervan. Dat niemand vraagt: mogen we dit wel? Alsof eigendomsrecht automatisch het recht geeft om anderen te monitoren. De AVG is dan nog het minste probleem – het gaat om de vraag wie we als mini-samenleving willen zijn.

Echte gemeenschap ontstaat niet door mooie tuinontwerpen, maar door bewuste keuzes over wie erbij hoort en wie er iets te zeggen heeft.

Wat doet een toezichthouder?

Dit doet een toezichthouder

Als je er zelf nog geen bent, dan is het wat abstract om daar een idee bij te krijgen. Mijn eerste sollicitatiegesprek verliep nog niet echt smooth, omdat je je moet inbeelden in een volledig nieuwe functie. Maar ik was wel mooi gevraagd om te solliciteren door een headhunter. Hierdoor opende zich de mogelijkheid in mijn hoofd dat ik daar geschikt voor zou kunnen zijn.

Voor mijn volgende gesprek oefende ik verschillende scenario’s en formuleerde ik antwoorden op mogelijke vragen. Het gesprek verliep heel fijn, er was direct een wederzijdse klik. Zo werd ik toezichthouder bij ILFU.

Een toezichthouder is lid van de raad van toezicht (RvT), die doorgaans uit een oneven getal van 3, 5 of maximaal 7 leden bestaat (zodat je bij stemming een meerderheid kunt behalen). De RvT komt 3 á 4 keer per jaar samen om te vergaderen.

In grote lijnen moet de toezichthouder:
- De visie en missie van de organisatie helpen te bewaken
- Erop toezien dat de directeur-bestuurder diens werk goed kan doen
- Strategisch meedenken met de directie, zonder uitvoerende taken
- Optreden als klankbordgroep en ‘de maatschappij’ naar binnen halen
- Toezien op alle gelederingen: IT, naleving van wetgeving, sociale veiligheid en de culturele codes (governance, diversiteit & inclusie en fair practice)  
- Jaarrekening en jaarplannen beoordelen en de directeur-bestuurder aanstellen

Waarom ik toezichthouder wilde worden

Dat is een goeie vraag, als je bedenkt dat de meeste mensen de functie vooral kennen van nieuwsberichten waarin het misgaat (zoals hier, hier en daar). Ik zocht een betekenisvolle manier om vanuit mijn expertise (digitale technologie, journalistiek, inclusie) een culturele organisatie te kunnen bijstaan. Daarnaast wilde ik:
- Bestuurlijke ervaring opdoen
- Netwerk uitbreiden
- Iets totaal nieuws leren

Hoe de functie is veranderd

Toezichthouders zijn in de culturele sector vaak onbezoldigd. Het achterliggende idee is dat je niet onafhankelijk kunt toezichthouden op een organisatie als je er geld van ontvangt.  Vroeger waren het vooral ervaren mensen die aan het einde van hun carrière hun kennis, ervaring en netwerk inzetten voor organisaties.

Tegenwoordig ontvang je steeds vaker een vergoeding. Ten eerste omdat van toezichthouders steeds meer verwacht, en ten tweede omdat dit de diversiteit en inclusie binnen een RvT beter waarborgd. Je wil naast ervaren, goed boerende toezichthouders misschien ook jonge, freelancende mensen. Een vacatievergoeding kan hun tijdsinvestering mogelijk maken. Dat is officieel geen loon (want je bent niet bij de organisatie in dienst), maar zorgt wel voor inkomen.

Wat er leuk aan is 

- Kritische vragen stellen en strategisch meedenken
- Bijdragen aan de missie van de organisatie
- Leren om op je handen te gaan zitten (de directeur moet het doen)
- Durven om je mond open te trekken als je denkt dat iets beter kan

Tip: volg een cursus

Bedenk van tevoren met welke expertise je organisaties zou kunnen bijstaan, en voor welk soort organisaties (met welk soort missies) je dat zou willen doen. Als toezichthouder hoef je niet over elk domein het naadje van de kous te weten – als je maar weet welke vragen je te stellen en alle expertises binnen de Raad vertegenwoordigd zijn.

Denk je erover om toezichthouder te worden? Volg een cursus ter oriëntatie op de rol. Via Werktuig PPO kun je aanvullend opleidingsbudget aanvragen. Als kersvers RvT-lid mocht ik een vierdaagse leergang volgen van crmLINK, wat me vanaf de start een veel helderder overzicht gaf van mijn plichten en rechten. (#nosponsor)

Join the club

Het is vier uur ’s nachts als Emma in het donker hun bed verlaat, waar Jonas vredig ligt te slapen. De zachte badkamerverlichting komt onverwacht hard binnen. Ze ziet zichzelf nu in de spiegelkast opdoemen, een warrige bos halflang bruin haar en spillebenen onder een Arctic Monkeys T-shirt.

Emma zakt neer op de wc en schuift haar onderbroek en boxer in een ruk naar beneden. Een roestkleurige vlek staart haar tegemoet. Haar lippen vormen een vertrokken streep terwijl ze de schade zo goed als mogelijk herstelt en de vlek toedekt met een inlegkruisje.

Op haar weg terug door het appartement werpt ze een blik in de woonkamer, waar het stilleven van een copieus avondmaal met vrienden de ochtend afwacht: kristallen wijnglazen met perzikkleurige lippenstiftresten op de rand, handgeschept keramieken servies halfslachtig op elkaar gestapeld (Jonas en zij kochten het ooit voor teveel geld in een Japans winkeltje toen hun relatie in een dip zat), en half afgekloven overrijpe perziken van het toetje. Een fruitvliegje vliegt op als Emma een stoel onder de tafel trekt en die voor het raam neerzet.

De lichtvervuiling en het noorderlicht houden een gevecht in de hemel boven Oslo. Het is alsof de dure, misselijkmakende unisex parfum van Maria nog steeds door het vertrek zweeft.

‘Niklas en ik hebben nieuws,’ zei Maria eerder op de avond met glanzende ogen. ‘We zijn in verwachting!’ De vrouwen hadden Maria kirrend omhelsd en de mannen hadden Niklas op zijn schouders geklopt. ‘Join the club,’ hadden ze joviaal gezegd. ‘Over een paar maanden is je leven zoals je dat kende, voorbij.’

Ville en Noora hadden al twee kinderen, die van Amir en Oona was nu acht maanden en Tuuli en Sterre hadden een superschattig jongetje van twee jaar. Emma had een steek in haar buik gevoeld en stond gauw op om haar vriendin te feliciteren.

Noora had Emma een bemoedigend kneepje in haar onderarm gegeven. Hoewel het lief bedoeld was, huivert Emma voor het raam als ze terugdenkt aan Noora’s begripvolle blik.

Waar komt onze tomatensaus vandaan?

Pasta heeft het avg’tje verdrongen als het populairste avondeten onder Nederlanders, zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vooral pasta met tomatensaus (bolognese, puttanesca, lasagne) is een geliefde klassieker. Maar waar komen die tomaten eigenlijk vandaan? Uit Italië, toch?

Onze tomatensaus is niet zo onschuldig als het lijkt. Dat leer ik tijdens een onderzoeksjournalistieke masterclass van Alison Killing, journalist bij The Financial Times. Zij won in 2021 samen met twee collega’s de Pulitzer Prize for International Reporting voor de onthulling van een geheim netwerk van gevangeniskampen in Xinjiang, China, waar moslims en andere minderheden naartoe werden gedeporteerd.

Er zit dus een link tussen die gevangeniskampen, dwangarbeid en de tomatensaus.

Strategisch en vruchtbaar gebied

China is de afgelopen 15 jaar steeds ontoegankelijker geworden voor journalisten, vertelt Killing. Dat begon met het aantreden van president Xi Jinping in 2013. Veel journalisten hebben hun visa verloren, en binnen China werkt alles met behulp van apps als WeChat (betaling, vervoer).

Om in te loggen op deze platforms moet je een Chinese SIM-kaart hebben, die is gekoppeld aan je ID. Zo weet de staat precies wat je doet, en kunnen ze je ook toegang tot deze platforms weren.

Aangezien China de internationale satellieten boven het land niet beheerst, kun je met Google Earth Pro heel gedetailleerd inzoomen op China. Met behulp van deze gratis toegankelijke technologie, waaronder ook Baidu (de Chinese Google Street View), zoomden Killing en haar collega’s in op de Xinjiang regio.

In deze regio wonen veel minderheden, met name moslims. Daarnaast is het een strategische regio omdat het aan de grens ligt met Pakistan. Het is ook een vruchtbaar gebied waar veel katoen en tomaten worden verbouwd.

De satellietfoto’s gaan terug van 1985 tot 2024. Doordat er geregeld foto’s van gebieden worden genomen, zie je steeds een net veranderend perspectief.

Bij toeval ontdekte Killing dat ze op een specifiek inzoomniveau op Baidu Maps een witte tegel te zien kreeg, net alsof de kaart niet goed laadde. Als je nog verder inzoomde, dan werkte het weer wel. Het waren altijd militaire, industriële of gevangenis-centra. Wat verborg de Chinese staat daar?

Dwangarbeid

Killing liet een developer Baidu afscrapen om alle witte tegels te verzamelen. Vervolgens liet ze AI niet het werk doen maar analyseerde ze handmatig al die plekken. Wat een monnikenwerk. Van de 50.000 gescrapete witte tegels bleken er 350 detentiecentra te zijn.

Ze laat ons een paar van deze centra analyseren op basis van enkele kenmerken, zoals prikkeldraadomheining, hoge muren, een gebrek aan auto’s op het terrein en wachttorens op de hoeken.

Wat gebeurt er in die detentiecentra? Het zijn geen doodskampen maar wel kampen waar mensen zeer slecht worden behandeld, en waar vaak gedwongen arbeid plaatsvindt – dat blijkt uit interviews met mensen die uit de kampen komen. Waaronder tomaten plukken.

Globalisering wordt vaak als iets goeds beschouwd, maar dat hoor je vooral de mensen zeggen die er (figuurlijk) de vruchten van plukken. De mensen die het letterlijk moeten doen, die doen dat soms dus onder dwang, vertel ik 's avonds boven een bord spaghetti met tomatensaus en aubergine.

Made in Italy

Killing traceerde wat er in en uit de detentiekampen komt, en een van die dingen zijn dus tomaten. In Xinjiang staan enkele van de grootste tomatenproducenten ter wereld, en nu blijkt Italië een van de grootste afnemers. Daar worden de tomaten verwerkt tot saus, puree of blokjes, krijgen ze een ‘Made in Italy’-label, en worden ze vervolgens gedistribueerd.

Het onderzoeksteam liet allerlei soorten tomatensaus uit Engelse supermarkten analyseren in een Australisch lab. Zij keken op welke grond de tomaten gekweekt waren, want elke bodemsoort heeft specifieke kenmerken. Sommige tomaten, zoals de tomatensaus van Tesco, kwamen inderdaad uit de Xinjiang provincie.

Inmiddels zijn de meeste detententiecentra gesloten die Killing en haar team in 2021 ontdekten. Maar het blijft een unheimisch gevoel oproepen. Wat weten we eigenlijk over ons voedsel, hoe en waar het wordt geproduceerd? Die avond geeft het de spaghetti een wat verdachte bijsmaak.

 

Chinees-Indonesische matroesjka's

Ik weet niet meer precies hoe het gesprek ontstond: misschien was mijn nichtje al in verwachting en ging het daarover; misschien hadden we het over onze oma. Maar het was zij die op een gegeven moment zei: ‘Snap je dat wij eigenlijk ook al als eicellen in oma zaten?’

Ik kijk haar ietwat glazig aan.

‘Barende personen worden geboren met al hun eicellen al in zich,’ vervolgt ze. ‘Dat betekent dat oma, toen ze onze moeders droeg, ook al onze eicellen in zich droeg.’

Later zoek ik het op: vanaf de 20e week beginnen foetussen eicellen aan te maken. Eerst heeft de foetus 6 á 7 miljoen eicellen, en daarvan sterft het grootste deel af (kwestie van natuurlijke selectie) totdat het kind met 1 miljoen eicellen ter wereld komt.

Onze moeders zijn beide in Indonesië geboren, dus dat betekent dat onze eicellen, de helft van ons genetische DNA, al bij onze moeders in de buik groeide, terwijl zij om de beurt bij oma in de buik zaten! Een duizelingwekkende gedachte. Als je een foetus draagt die later zal menstrueren, dan draag je op het moment van zwangerschap dus drie generaties bij je. Een soort matroesjka: een eicel-in-een-foetus-in-een-zwangere. 

De zaadcellen, die komen met veel en worden voortdurend opnieuw gemaakt omdat dat biologisch minder energie kost dan eicellen. Laatstgenoemde zijn namelijk groot en complex. De zaadcellen van onze Chinees-Indonesische vaders zagen pas in Nederland het licht.

Artistiek onderzoek

‘Terug naar ons eigen land’, zo heet het artistieke onderzoek waar mijn nichtje en ik dit jaar als creatief duo Yellow Fever aan werken. Zij vanuit haar audiovisuele achtergrond en ik vanuit mijn filosofische en journalistieke achtergrond organiseerden we bewegingsworkshops voor vrouwen*  met Chinees-Indonesische roots. We interviewden hen en namen zowel individuele als gezamenlijke videoportretten op in het Wereldmuseum Amsterdam.

Is Nederland ons moederland? Ja, want we zijn hier geboren en het is onze moedertaal. Tegelijkertijd hadden we een andere moedertaal gehad als de eerste generatie, onze opa's en oma's, niet zo hard hun best hadden gedaan om te assimileren. In de slipstream werden onze moeders (en wij) afgesneden van die andere moerstaal.

Het begrip ‘moederland’ heeft vaak koloniale associaties, lees ik op Onze Taal. Nederland is bijvoorbeeld het moederland; de koloniën zijn de dochters. Tegelijkertijd is in mijn associatie het moederland juist heel duidelijk ‘het land van oorsprong’, omdat onze eicellen, blijkbaar toch de meer complexe helft van onze ontstaans-oerknal, daar zijn ontstaan. 

Eitjes, In Nederland Door Omstandigheden. Misschien heb ik gewoon twee moederlanden en weiger ik om te kiezen.

Met dit audiovisuele project proberen we de verbinding met het ondergeschoven moederland in ere te herstellen, geborgenheid te vinden in de schoot van onze voormoeders, en ook onze positie in Nederland en Indonesië (lees: de wereld) beter te begrijpen.

Daar komt een stukje verbeelding bij kijken, want de vrouwenlijnen zijn in stambomen vaak slecht terug te herleiden: als ze trouwden, dan verloren de vrouwen hun meisjesnaam. Zo valt soms moeilijker te achterhalen uit welke families zij zelf afkomstig waren. (Zie ook De voormoeders van historicus Suze Zijlstra.)

Zou het toeval zijn dat mijn nichtje en ik er beide voor kozen om onze achternamen door te geven?

De eicel waaruit mijn dochter voortkwam, ontstond in Nederland terwijl ik in mijn moeders buik zwom. Dit biologische feit is ook maar zoveel waard. Gestaag ontrafelen we onze genesis, want je weet wat ze zeggen: je kan pas weten waar je naartoe gaat, als je weet waar je vandaan komt.

 

* Inclusief trans-vrouwen en non-binaire personen

Dwarsdoorsnede van een fulltime werkweek

Bevrijdingsdag – ik vierde het met een deadline. Het betreft een globale samenvatting naar aanleiding van een onderzoek dat Vrouwen in Beeld liet uitvoeren over de positie en kansen van actrices in de Nederlandse audiovisuele sector. Surprise: ook hier is er geen sprake van gendergelijkheid. Om de moed erin te houden, eindigt het stuk met aanbevelingen. Codewoorden, intimiteitscoördinatoren, functionerende meldpunten, gratis kinderopvang, lichamelijke integriteit: zo kan het ook.

Als schrijvende monnik (die gehecht is aan haar ergonomische thuiswerkplek) probeer ik de week sociaal te houden. Daarom heb ik ochtend-check-ins met freelancende vrienden. We videobellen van 9:30 tot 10:00 uur en delen onze planning van de dag. We werken alledrie vanuit huis en dan is het eigenlijk best gezellig om de dag met een ‘collega’ te beginnen (en dan is het er ook nog eentje die je echt mag). Even de week doornemen bij het koffieapparaat en je targets bespreken – zelfs als we elkaar inhoudelijk nergens bij kunnen helpen. (Hij bouwt boulderroutes en websites, zij is celliste.)

Mijlpaaltje vieren

Op woensdag mocht ik naar een Kantoor fietsen. Onderweg zwaaide ik naar een kennis die zijn tuintje stond te besproeien. Er kwam een bekende de pont af, weer een vrolijke zwaai. En de aardige Iraanse man van de bakkerij schonk me een heerlijke kruidenthee.

Deze week heb ik twee opdrachten afgerond: het stuk over de actrices (jawel), en de eindredactie van het SpeesBookLookPak van Anouk en Iris (denk: publicatie meets kledingstuk). Laatstgenoemde mijlpaal vierden we met een drankje op het terras.  

Daarnaast was er een stukje kennisontwikkeling, want ik volg als kersverse toezichthouder bij ILFU de vierdaagse cursus ‘Toezichthouden in de Cultuursector’. Dat wordt gehouden in het Van der Valk Hotel bij Overamstel – in je hoofd toch echt de meest dodgy plek ooit? Blijkt allemaal reuze mee te vallen. (En wat doet een toezichthouder nou eigenlijk? Hierover binnenkort meer.)

Tot slot komt creatief duo Yellow Fever na een periode van zwangerschapsverlof weer op stoom. Vandaag een goede live brainstorm gehad in de zon over de audiovisuele installatie.

Tot zover in GTST: freelance life. Tot de volgende.

Poen, prestige & plezier versus ‘a day of one’s own’

Poen, plezier en prestige. Van de Podcast over Poen leer ik dat een werkopdracht aan minstens een van deze drie voorwaarden moet voldoen – en het liefst een combinatie van de drie. Tijdens mijn vakantie ontving ik interessante aanvragen waar ik – met oog op de drie p’s – moeilijk nee op had kunnen zeggen.

De fysieke afstand maakte het heel eenvoudig om nee te zeggen. Eenmaal thuisgekomen dient het probleem zich opnieuw aan.

Je zou kunnen zeggen dat het een luxeprobleem is om de opdrachten voor het kiezen te hebben, maar ik had juist bedacht om niet meer fulltime te werken. Ik wil vrije tijd waarin de dag zich leeg voor me uitstrekt en ik mezelf kan afvragen: wat zal ik vandaag eens doen?

‘Dad, I don’t have anything else but this,’ zegt het personage Saxon over zijn werk in het HBO-serie The White Lotus (2025). ‘I don’t have any interests, I don’t have any hobbies, OK? If I’m not a success, then I’m nothing. And I can’t handle being nothing.’ In tegenstelling tot Saxon zou ik me prima vermaken met niets-zijn: een boekje lezen, koffie leuten, naar de sauna, gitaar spelen. Maar is dat eigenlijk wel zo? Door de constante druk(te) ken ik de ontspannen versie van mezelf amper nog.

Volgens de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han leven we in een prestatiesamenleving waarin het positieve centraal staat, en er geen ruimte is voor het negatieve ('De vermoeide samenleving', 2010). Yes we can! Al dit ‘kunnen’ brengt helaas een verplichting met zich mee tot zelfverwezenlijking.

De Übermensch in de prestatiesamenleving is de zelfstandig ondernemer die niets moet van een meerdere, maar van alles kan. Die potentie moet je dan wel ten volle benutten, dat is je verantwoordelijkheid. Wie faalt, die heeft het aan zichzelf te danken.

Lanterfanteren 

De zelfstandig ondernemer is haar eigen meester en slaaf. Ze vindt het moeilijk om nee te zeggen, checkt dagelijks Culturele Vacatures om te zien of ze met nieuw werk haar potentie nog beter zou kunnen verwezenlijken, post met regelmaat succesverhalen op LinkedIn, bezoekt ongemakkelijke netwerkborrels en werkt in de avonduren haar website bij. 

Tegen een vervelende baas of manager kan je in opstand komen, maar zie maar eens tegen jezelf in opstand te komen, zegt Han. Tegenover poen, prestige en plezier plaatst de filosoof de contemplatieve toestand. Je raakt in die toestand door je computer uit te schakelen en niets te doen, lanterfanteren. Vrienden ontmoeten, dansen, feesten. Niet om op te laden van werk, maar puur omwille van het nietsdoen, dat je als heilig zou moeten beschouwen. Han haalt hiervoor zen-mediatie aan, de sabbat en rustdag.

Meditatie gaat me net een brug te ver, maar 'a day of one’s own' zie ik wel zitten. De vrijdag wordt mijn heilige dag. Braaf blok ik de vrijdagen in mijn werkagenda met een groen label. Rustdag, rustdag, rustdag, rustdag.

De volgende (werk)dag. Project A loopt uit. Op projectaanvraag B moet ik nog antwoorden. Opdrachtgever C vraagt of ik beschikbaar ben om een conferentie te helpen organiseren. D zegt dat er meer budget en uren zijn, als ik meer wil werken. Of ik dat wil?  

Vertwijfeld staar ik naar de groen gelabelde oase in mijn agenda, het beloofde land.